Soortenbeschermingsacties in het Meetjesland, ondersteund door de provincie Oost-Vlaanderen

SBakkervogelperceel01

Elke streek heeft zijn typische fauna en flora, verbonden aan het soort bodem, klimaat, reliëf, water, en het “in cultuur” brengen van de ruimte door de mens. Ook in het Meetjesland komen soorten planten en dieren voor die specifiek zijn voor de streek. Vaak kunnen die soorten enkel overleven binnen een bepaald biotoop, dat bestaat uit (semi-) natuurlijke elementen (rietkragen, knotbomen, hoogstamboomgaarden, solitaire bomen, houtkanten, bomenrijen, poelen, ruigten, weilanden, ….) maar vaak ook uit bouwkundige elementen (schuur, kerktoren, ijskelders,…).

Bij soortgerichte acties worden concrete impulsen gegeven om meer en betere leefplaatsen te bieden en bestaande biotopen te bewaren, te verbinden en te verbeteren voor typische fauna en flora in het Meetjesland. 

 

Bruine kiekendief

SBBK nest WDS03

foto: W. De Smet

Het Meetjeslandse krekengebied blijft nog altijd een belangrijk broedgebied voor de Bruine kiekendief. Het INBO (Instituut voor Natuur en Bosonderzoek) heeft hier al enkele jaren een project om de jongen te wingtaggen, zendertjes te bevestigen bij een aantal vogels, het trek- en foerageergedrag te bestuderen enz.. RLM geeft ondersteuning bij de nestbescherming. Meer en meer broeden ze namelijk in graanakkers of maaigras in plaats van in hun natuurlijk biotoop: de rietkragen. De verschillende oorzaken worden nog onderzocht. De betrokken landbouwer wordt gecontacteerd en krijgt een vergoeding om het nest te laten beschermen tegen uitmaaien. Een uitgebreide infofiche kan je nog steeds gratis krijgen bij Regionaal Landschap Meetjesland.

 

Geelgors

SBgeelgors WH 306

foto: W. Hamelinck

Door de intensieve landbouw komen soorten als veldleeuwerik, geelgors en patrijs in de problemen. Akkervogels hebben nood aan voedsel dat op de akker blijft. Niet oogsten van graanranden of een deel van graanvelden laten staan als wintervoedsel is al een goede maatregel. RLM heeft zo vier jaar op rij enkele hectaren laten inzaaien met een speciaal akkervogelmengsel in het laatste Meetjeslandse bastion van de geelgors in Oosteeklo. Ondertussen heeft de VLM (Vlaamse Landmaatschappij) daar enkele percelen in beheerovereenkomst voor akkervogels. Danny Camerlinck (Vogelwerkgroep Noord-Oost-Vlaanderen) zorgde voor de monitoring. In het gebied werden in samenwerking met de gemeente Assenede bijkomende houtkanten aangeplant. Voorlopig blijven de territoria behouden, maar wie weet welke impact de windmolens en de geplande brug (pal in het geelgorsgebied!) zullen hebben?

 

Huiszwaluw

SBhuiszwaluw KJanssens08

foto: K. Jassens

Er zijn meerdere oorzaken voor de achteruitgang van huiszwaluwen in onze verstedelijkte gebieden. Door de sloop of renovatie van oude huizen verdwijnen heel wat geschikte nestplaatsen. Jammer genoeg worden ook nog steeds nesten afgestoken om overlast van uitwerpselen te voorkomen. Daar verhelpt hun beschermde status weinig aan. Huiszwaluwen hebben voor de bouw van hun nest modder nodig en die is in het broedseizoen niet steeds voorhanden of van slechte kwaliteit waardoor de nesten afbrokkelen of naar beneden vallen. In de meeste Meetjeslandse gemeenten werden daarom kunstnesten opgehangen. Succes verzekerd als dit gebeurt bij een reeds bestaande kolonie. Regionaal Landschap Meetjesland (RLM) plaatste dit jaar een aantal zwaluwtillen. Succes nog af te wachten.. Soms duurt het wel een paar jaar vooraleer de eerste vogels een nieuwe broedplaats ontdekken en er gewend aan geraken. Ondertussen bezorgt RLM nog steeds kunstnestjes (huis- en boerenzwaluw) om op te hangen waar een bestaande kolonie is en waar de gemeente zelf geen ondersteuning biedt. Ook het aanleggen van een ecologische veedrinkpoel bij landbouwers heeft zijn nut al bewezen als moddervoorraad voor de nestbouwactiviteit van de zwaluwen!

 

Uilen

SBsteenuil KB13

foto: K. Buysse

Met ondersteuning van RLM werden in het Meetjesland een 300-tal nestkasten voor kerk- en steenuil opgehangen. Ongeveer de helft van de bakken zijn trouwens bezet. Voor de kerkuil was dat vooral in kerken, schuren en andere gebouwen, die soms worden afgesloten om duiven en kauwen te weren. Daardoor zijn kerkuil en ook gierzwaluw verplicht andere broedplaatsen te zoeken. Onlangs werd een nieuwe kerkuilenbak in de Westermolen in Lembeke geplaatst. Hopelijk vindt het kerkuilenpaartje na een jaar restauratie van de molen weer de weg terug?

In steenuilenlandschap (vooral Nevele en Zomergem) worden naast nestkastplaatsing, ook inspanningen geleverd door het aanplanten van hoogstamfruitbomen, knotwilgenrijen, houtkanten. Vrijwilligers van de Kerkuilenwerkgroep en Natuurpunt zorgen voor de monitoring en controle. RLM heeft ook steenuilvriendelijke veedrinkbakken in voorraad, zodat er geen verdrinkingsdood meer dreigt voor jonge steenuiltjes!

 

Vleermuizen

SBgrootoorvleermuizenkolonie WH07

foto: W. Hamelinck

Na inventarisatie in samenwerking met JNM en de kerkfabrieken, werden verschillende kerkzolders vleermuisvriendelijk ingericht. Soms werden galmgaten ontoegankelijk gemaakt voor duiven of kauwen en werden er kleine gleufopeningen voorzien om de vleermuizen toegang te verlenen naar deze zomerverblijven. Gelukkig zijn er ook particulieren waar vleermuizen rustig gebruik mogen maken van hun zolder. Schade berokkenen deze beestjes niet. Integendeel, door het verorberen van duizenden insecten zijn ze juist heel erg nuttig. Ook enkele bunkers langs het Leopoldkanaal werden ingericht als winterverblijfplaats. De constante temperatuur en vochtigheid zorgen ervoor dat ze daar rustig hun winterslaap kunnen houden.

Vleermuizen hebben ook nood aan ‘groene autostrades’ die hun voedselroutes verbinden. Zo werden er bomenrijen hersteld en kleine landschapselementen aangeplant die als ecologische infrastructuur fungeren voor de vleermuizen. De aanwezigheid van waterpartijen is ook van groot belang. Dat bewijzen de waarnemingen van vleermuizen aan het Leopoldkanaal, het Schipdonkkanaal en het krekengebied.

 

Amfibieën

SBmeerkikker10

Poelen hebben een landschappelijke, ecologische, natuureducatieve en cultuurhistorische waarde. Omwille van deze waarden worden ze behouden (instandhouding) en, op plaatsen waar de algemene bestemming (landbouw) niet wordt gehinderd, verder ontwikkeld.

Door de jaren heen hebben veel poelen hun functie als veedrinkplaats verloren en verdwijnen ze uit het Meetjeslandse landschap.

Naast de intrinsieke landschappelijke waarde vormen deze karakteristieke kleine landschapselementen ook waardevolle biotopen voor amfibieën, oever- en waterplanten, maar ook voor vogels, libellen, ...  Bij aanleg en herstel van poelen is er aandacht voor de kwetsbare amfibieënsoorten zoals de kamsalamander en naar de inrichting van natuurverbindingsgebieden. Eenden, ganzen, vissen, mogen niet uitgezet worden in de poel, aangezien dit nefast is voor kikkers en salamanders. Om deze reden wordt ook gevraagd om het perceel niet te bemesten. Regelmatig worden de interessantste poelen bemonsterd in samenwerking met Hyla.

RLM geeft ondersteuning bij de opmaak van een stedenbouwkundige aanvraag, opvolgen van de graafwerken en verwijzen naar de subsidiemogelijkheden.

Meer info: Hélène Quidé, natuurmedewerker RLM 

T 050 70 00 42 | E helene.quide[at]RLM.be